Alliantie Vluchtelingen Emmen

Familie-eer loopt altijd via haar

Waarom veel Syrische vrouwen in Nederland willen scheiden.

Syrische vrouwen in Nederland, vaak al getraumatiseerd door Assads oorlog, lopen grote kans geïsoleerd te raken. Ze kennen de taal niet, moeten zich ook hier vaak schikken naar hun man, én ze moeten de familie-eer bewaken.

Artikel in de Groene Amsterdammer over Eer Gerelateerd Geweld.

Het artikel is gebaseerd op interviews met vrouwen van de Syrische Vrouwengroep Emmen.

Familie-eer loopt altijd via haar – De Groene Amsterdammer

De leden van de Syrische Vrouwengroep Emmen spreken elkaar elke maand. Nogal wat vrouwen laten bij deze bijeenkomsten ‘met een zekere trots’ zien hoeveel goud ze dragen, zegt voorzitter van de vrouwengroep Nour Saadi (59). Syrische vrouwen kopen graag goud, omdat het na een echtscheiding vaak het enige is waar ze recht op houden. Nour: ‘Ze zien het als verzekering voor de toekomst. Vrouwen sparen er ook zelf voor, desnoods van restjes huishoudgeld.’ Ongeveer de helft van de groep wil verder zonder echtgenoot; tien zijn er al gescheiden.

Als Syriërs wat langer in Nederland wonen, loopt het percentage echtscheidingen snel op. Uit CBS-cijfers blijkt dat onder Syrische vluchtelingen die gehuwd Nederland bereikten, het aantal echtscheidingen steeg van 1,6 procent het eerste jaar tot 26 procent na acht jaar. Ter vergelijking: het Nederlandse echtscheidingspercentage ligt rond de 35 na gemiddeld 14,5 jaar. Het initiatief bij Syrische echtscheidingen ligt bovendien ruimschoots bij de vrouw, bleek eerder uit een enquête onder 480 Syriërs.

Als het niet lukt samen te komen, praat de vrouwengroep via Zoom: 35 vrouwen uit Syrië en nog vijftien met een andere Arabische achtergrond. Een deel woont verspreid over Nederland. De eerste Syrische vrouwen kenden elkaar van de taalschool in Emmen. Vriendinnen en kennissen die zij onder meer in asielzoekerscentra ontmoetten, sloten zich later aan. De Syrische vrouwengroep praat veel over empowerment. Een coach komt met enige regelmaat een training zelfverdediging geven.

De vrouwengroep is even gevarieerd als Syrië zelf. Er zijn hoogopgeleide vrouwen bij en vrouwen met weinig opleiding. Moslims, druzen, Koerden en christenen. Vrouwen met en zonder hoofddoek. Vrouwen die al in Syrië geëmancipeerd waren en vrouwen die pas in Nederland ontdekken hoeveel gelijke rechten ze hier hebben.

Eén gemeenschappelijke factor kennen alle vrouwen: het belang van reputatie of familie-eer in het dagelijks leven van Syriërs. Dat is in Syrië meer een kwestie van traditie dan van geloof. Je ziet het onder moslims én christenen. Het collectief gaat in Syrië nog voor het individu. Hoe streng het beschermen van de collectieve familie-eer daarbij wordt nageleefd, hangt af van de plaats waar iemand vandaan komt. Steden zijn vaak losser dan dorpen. Maar steden ver van zee zijn weer strenger dan die richting de Syrische kust.

In tijden van oorlog en migratiestress worden zowel mannen als vrouwen strikter, merken Syrische vrouwen. Kenmerkend voor Syrische eerconflicten in Nederland is dat ze over de volle breedte voorkomen: in verschillende etnische of religieuze groepen, bij theoretisch en praktisch opgeleiden, afkomstig uit dorp en stad. Tegen die achtergrond zijn Syrische echtscheidingen ook hier precair.

Welke rol speelt Syrisch eergevoel achter Nederlandse voordeuren? Ik sprak uitgebreid over huwelijk, echtscheiding, reputatie en eergerelateerd geweld met Nour Saadi en, ieder afzonderlijk, drie andere vrouwen uit haar vrouwengroep. Ze verschillen in afkomst en geloof, maar alle vier zijn van middelbare leeftijd, hoogopgeleid en doen al jaren veel voor Syrische vrouwen in Nederland. Dat is ook de reden juist met hen te praten: ze spreken goed Nederlands en kunnen ook over ervaringen van andere vrouwen vertellen, omdat ze veel Syrische vrouwen in Nederland hebben geholpen.

Nour Saadi was in Syrië laboratoriumarts en directeur van het aidscentrum van Aleppo. Net als haar man, ook arts, heeft ze altijd buitenshuis gewerkt en goed verdiend. Omdat hun diploma’s in Nederland nauwelijks geldig zijn te maken, begonnen ze hier een bedrijf om Syriërs door het Nederlandse zorgsysteem te helpen.

De andere vrouwen hebben jaren ervaring als respectievelijk teamleider en als tolk bij Vluchtelingenwerk. De derde onderzocht de positie van Syrische vrouwen als wetenschappelijk onderzoeker. Bovendien, blijkt gaandeweg onze gesprekken, hebben deze drie vrouwen zelf ruimschoots ervaring met echtscheiding en geweld. Ze willen, aanvankelijk behoedzaam, steeds meer vertellen over hun eigen voorgeschiedenis en huwelijk. Dit om te verduidelijken wat er allemaal meespeelt rond het Syrische eergevoel.

Ten behoeve van hun veiligheid en de onvermijdelijke familie-eer kan dit alleen anoniem en soms met weglating van woonplaats of precieze geloofsrichting. Dit betekent ook dat ik ex-echtgenoten geen wederhoor kan bieden. Er is geen andere manier om Syrische vrouwen vrijuit aan het woord te laten. Hun namen en contactgegevens zijn bij de redactie bekend, hier krijgen ze de schuilnamen.

Amira (44) is opgeleid tot tolk en sociaal werker. Ze woont buiten de Randstad. Ze draagt haar haren los, modern in shirt en spijkerbroek. Ze komt uit Damascus, haar ouders vluchtten in 1948 uit Palestina tijdens de Nakba. Beiden waren ook modern en goed opgeleid. Toch werd Amira op haar achttiende uitgehuwelijkt aan een tien jaar oudere man.

Haar ouders kampten sinds hun vlucht uit Palestina met trauma’s en waren inmiddels gescheiden. Amira woonde met haar moeder en vijf broers en zussen in een klein appartement. Ook de ouders van haar beoogde echtgenoot waren Palestijnse vluchtelingen. Zijn moeder stapte tijdens een huwelijksfeest op haar moeder af: ze zocht een vrouw voor haar zoon. Amira zat nog op school, er volgden drie ontmoetingen tussen de families en daarna een verlovingsfeest. Hun huwelijk was twee maanden na haar eindexamen.

Vond Amira dat destijds een goed idee? ‘Ik was niet verliefd’, zegt ze. ‘Maar rationeel werd ik overtuigd. Ik zou naar de universiteit mogen. Ik wilde heel graag studeren en thuis was er geen ruimte om rustig boven de boeken te zitten. Een huwelijk gaf me ook financiële veiligheid in een land waar de overheid niet te vertrouwen is.’

Dit is belangrijk om Syriërs te begrijpen, zegt Amira: ‘Nederlandse normen en waarden zijn precies dezelfde als Arabische normen en waarden, alle mensen streven naar hetzelfde. Maar wat verschilt is wat de hoogste prioriteit krijgt.’

In Nederland schreef ze er haar eindscriptie over aan de hogeschool waar ze sociaal werk studeerde. 

Neem respect en vrijheid, zegt Amira. ‘In Nederland gaat vrijheid nu voor respect, in de Arabische wereld is het andersom, ook omdat de groep boven het individu gaat.’ Of neem gelijkwaardigheid en veiligheid. ‘Als je in een land woont waar geen rechtvaardigheid en veiligheid is, wat wil je dan het eerste borgen voor je kinderen? Gelijkwaardigheid? Of veiligheid?’

In Syrië willen veel jonge mensen net zo graag emanciperen als Nederlanders vijftig jaar geleden, zegt Amira. ‘Maar het gaat veel langzamer zolang er geen veiligheid is. Dan grijpen mensen voor de zekerheid terug op oude patronen die eeuwen voor veiligheid binnen hun eigen gemeenschap zorgden.’ Haar gearrangeerde huwelijk was zo’n patroon, weet ze nu. ‘Dankzij mijn Nederlandse scriptie heb ik dat mijn moeder kunnen vergeven.’

Het Landelijk Expertise Centrum Eergerelateerd Geweld van de Nationale Politie telt in het jaarverslag van 2025 in totaal 757 gevallen van vermoedelijk eergerelateerd geweld tegen (ex-)partners of andere familieleden. De etnische achtergrond is in 257 van deze eergerelateerde zaken Syrisch. Relatief gezien zijn Syriërs dus ruimschoots koploper. Eergerelateerde zaken waar de betrokkenen een Syrische achtergrond hebben, stijgen ook het hardst: de afgelopen drie jaar van 21 naar 34 procent van alle zaken. Mishandeling en bedreiging komen bij eergerelateerd geweld het vaakst voor. De politie onderscheidt daarnaast stalking, (poging tot) moord en doodslag, zelfdoding, wederrechtelijke vrijheidsbeneming, dwang, seksueel misbruik, verkrachting, vermissing en ‘overig’.

In Nederland wonen nu ruim 150.000 mensen met een Syrische achtergrond. Betrokkenen bij eergerelateerd geweld vormen dus maar een beperkt deel van alle Syriërs in Nederland.

En blijf oppassen voor te forse conclusies: alleen eergerelateerd geweld wordt in Nederland naar etniciteit geregistreerd. Dit omdat het, ruim voordat femicide in Nederland een bekend begrip werd, altijd als een migratieprobleem is beschouwd. Autochtone Nederlanders hebben daarom geen eigen categorie. Dit lijkt me onterecht: ook mannen van Nederlandse afkomst die hun vrouw mishandelen of doden (zie kader) doen dat nogal eens uit gekrenktheid en wraak.

Het zogeheten eergerelateerd geweld vormt maar een fractie van al het huiselijk geweld in Nederland. Veilig Thuis kreeg in 2025 in totaal 136.000 meldingen binnen van een vermoeden van huiselijk geweld, meestal via hulpverleners en politie. Niettemin zijn Syrische echtscheidingen en eergerelateerd geweld niet te negeren. Omdat de Syrische vrouwen in dit verhaal zelf aandacht vragen voor de positie van Syrische lotgenoten. En omdat lang niet alle Syrische vrouwen in Nederland zo (digitaal) vaardig en weerbaar zijn als deze vrouwen, laat staan als veel Nederlandse vrouwen.

Syrische vrouwen kwamen vaak met getraumatiseerde gezinsleden uit een oorlog, moeten een nieuwe taal leren en lopen een grote kans hier geïsoleerd te raken. Dat en het belang van familie-eer maken het extra moeilijk geweld te doorbreken.

Anders dan jonge Syriërs die in de oorlog opgroeiden, konden nogal wat Syrische vrouwen van middelbare leeftijd zich onder dictator Assad ontwikkelen: ze konden studeren, werken en verdienden vaak hetzelfde als mannen.Maar de positie van vrouwen in Syrië bleef onvergelijkbaar met die van Nederlandse vrouwen, zegt ook wetenschappelijk onderzoeker Amal (51). Dit omdat gelijkheid tussen man en vrouw niet op dezelfde manier in het familierecht is verankerd. Tijdens de oorlog zijn de rechten van vrouwen nog verder onder druk komen te staan. ‘En als je gaat scheiden, merk je weer helemaal hoe rechteloos je bent.’

Een Syrisch huwelijkscontract biedt vrouwen nauwelijks bescherming als het gaat om bezittingen of inkomen binnen het huwelijk. Amal: ‘Dan blijkt dat veel Syrische mannen jou, je inkomen en zelfs jullie kinderen nog steeds als hun bezit beschouwen. Ook in Nederland kunnen Syrische vrouwen hiermee te maken krijgen.’ Zij heeft dat zelf ervaren.

Amal trouwde in Syrië met een man met een andere religieuze achtergrond. Haar eigen familie wilde daarna nauwelijks nog contact met haar, om de reputatie van de familie en de eigen geloofsgroep te beschermen. Sommige familieleden bedreigden haar zelfs met de dood, zegt Amal, omdat zij die reputatie zou hebben beschadigd. Amal moest in Syrië voorzichtig omgaan met haar adres en persoonlijke gegevens. Ze wist daar enigszins mee te leven. Amal en haar man hadden beiden goede functies aan een universiteit in Syrië. Samen kregen zij drie kinderen.

Op de vlucht voor de oorlog belandden Amal en haar gezin in Nederland. Haar man richtte hier een succesvol bedrijf op. Amal werkte al snel als onderzoeker aan meerdere universiteiten en werkte daarnaast mee in het bedrijf van haar man.

Toen Amal en de kinderen ontdekten dat haar man een relatie had met een andere vrouw, wilde Amal scheiden. Volgens haar zou zij in Nederland recht hebben op een deel van het vermogen dat zij en haar man tijdens hun huwelijk samen hadden opgebouwd. Maar haar man vond dat zij het Syrische huwelijkscontract ‘verraadde’ door zich op Nederlandse rechten te beroepen. Als Amal wilde scheiden, dan moest ze ‘zijn’ huis verlaten, met achterlating van al haar persoonlijke bezittingen. Toen Amal weigerde, dreigde hij haar reputatie en familie-eer te beschadigen door online met AI bewerkte naaktfoto’s van haar te verspreiden.

Na veel getouwtrek en bemiddeling door Nederlandse en Syrische vrienden kreeg ze alleen het geld dat zij zelf verdiend had terug. Daarmee kon Amal net een kleine woning kopen. Haar ex ontsloeg haar uit zijn bedrijf. Zelf kocht hij een groot huis in een andere stad, waar hun kinderen studeren. Volgens Amal zei hij dat zij geen moeder meer kon zijn als zij hem zou verlaten: ‘Hij zei: wij zijn één pakket, het is de kinderen en ik, of niets.’

Na de val van Assad is Amals ex-man teruggekeerd naar Syrië, waar hij nu een hoge overheidsfunctionaris met chauffeur is. Zijn huis in Nederland bewaakt hij met camera’s. Ook dreigt hij met juridische stappen als Amal haar studerende kinderen daar bezoekt, zelfs wanneer zij ziek zijn of hulp nodig hebben. Soms komen ze een paar uur bij haar langs.

Amal heeft dus twee keer zelf ervaren hoe zwaar het begrip reputatie kan wegen, zegt ze. ‘Zowel rond mijn huwelijk als bij mijn scheiding ging het erom mij klein te houden. Ik mocht me niet verzetten tegen een positie waarin ik bijna als bezit werd behandeld.’

Amal raakte depressief en slikt inmiddels antidepressiva. Soms heeft ze nog telefonisch contact met haar voormalige schoonmoeder in Syrië. Die weet van de scheiding en stuurt haar nog altijd kusjes door de telefoon. Wat zij niet weet, zegt Amal, is hoe wraakzuchtig haar zoon zich tegenover haar gedraagt.

Waarom vertelt Amal haar dat niet? Ze geeft een antwoord dat veel zegt over de sociale druk waaronder zij nog altijd leeft: ‘Dat kan absoluut niet. Als ik kwaad over hem spreek, beschadig ik de reputatie van mijn kinderen.’

Nour Saadi bevestigt: ‘Veel gescheiden Syrische vrouwen spreken niet over wat hun ex-man hun heeft aangedaan. Voor de reputatie van haar kinderen en ook die van haar familie. En vrouwen die broers hebben, willen ook niet dat die reageren en er zo nog meer geweld komt.’

Ook Dunya (63) had een goede baan in Syrië, als assistent-ingenieur verdiende ze evenveel als haar mannelijke collega’s. Tegelijkertijd zat ze vast in een gearrangeerd huwelijk. ‘In Syrië kun je nauwelijks tegen een meisje zeggen dat je van haar houdt voordat je getrouwd bent. Mijn man en ik leerden elkaar dus kennen via wederzijdse familieleden. De man van mijn nicht vond hem een goede man voor me. Hij deed ook erg aardig en ik had geen ervaring met mannen, dus ik geloofde hem.’

Toen ze trouwden, ging het masker meteen af. ‘Ik werkte fulltime en hij alleen maar drie maanden in de zomer, maar hij wilde toch alles beslissen: wat we aten, hoe ik kookte, of ik naar de kapper mocht.’ Soms sloeg hij haar, zegt ze. ‘Pas toen we naar Nederland vluchtten hield hij daarmee op, want hij is intelligent, hij wist heel goed dat het hier niet mag.’

Dunya vertelt hoe haar dominante man eerst haar carrière in Syrië om zeep hielp. Pas in Nederland durfde ze na twee jaar over echtscheiding te beginnen, dat is nu zes jaar geleden. Ze was inmiddels 54 jaar. ‘Toen zei hij: ga maar.’

In Syrië zelf is scheiden voor vrouwen niet onmogelijk, maar nauwelijks aantrekkelijker dan in een ongelukkig huwelijk blijven, legt Nour Saadi uit. Een vrouw die wil scheiden is hoe dan ook slecht voor de reputatie van haar familie. Als ze daarna alleen gaat wonen, wordt dat al snel als losbandig gezien. Dunya: ‘Het is dan gewoon niet duidelijk genoeg met wie ze slaapt.’ Nour bevestigt: ‘En in Syrië zijn er weinig opvanghuizen zoals hier, dus al snel is de enige optie om met je kinderen bij je ouders in te trekken. Als die al ruimte hebben.’

Intussen zien Syrische mannen er geen been in om te scheiden wanneer ze maar willen, benadrukt Nour Saadi. ‘Ik ken een vrouw van wie de man in Nederland zei: ik wil jou niet meer. Zij wilde blijven, maar hij wilde niet. Ze stond op straat. En geen Syriër vindt dát oneervol, ook hier in Nederland. Dát vindt iedereen gewoon.’

Dus reputatie loopt altijd via de vrouw? vraag ik. Ja, zegt Nour. ‘Pas als een vrouw wil scheiden, spreekt iedereen er schande van.’

Nour vertelt over de Syrische vluchteling in Duitsland die in 2018 besmeurd met bloed op Facebook meedeelde dat hij zijn vrouw had vermoord, met zijn zoon aan zijn zijde. Net als in Nederlandse femicide-zaken was de man kwaad omdat zij van hem gescheiden was en de voogdij over de kinderen kreeg. Maar deze man noemde het live op Facebook een kwestie van eer. ‘Ook dat heeft invloed. Ook in Nederland stuurden Syrische vrouwen dat filmpje aan elkaar door.’ Nour weigert te spreken van eerwraak, zij spreekt consequent van ‘on-eerwraak’.

Amira wist al een paar maanden na haar gearrangeerde huwelijksfeest dat ze nooit van haar man zou kunnen houden. Ondanks de aanvankelijke beloftes verbood hij haar toch te studeren. Ze deed een suïcidepoging. ‘Ik was de nerd die altijd de hoogste cijfers haalde en nu zat ik in de val.’

Is een getrouwde vrouw in Syrië het bezit van haar man? vraag ik.

‘Daar komt het vaak wel op neer’, zegt Amal.

‘Ja’, zegt Nour.

‘Als je huwelijk gearrangeerd is en de man de bruiloft en een bruidsschat heeft betaald, dan vaak wel’, zegt Amira. ‘Maar je kunt niet generaliseren en ontkennen dat er óók een emancipatieproces gaande is in de Arabische wereld.’ Neem haar Palestijnse schoonouders: ‘Dat is juist een schitterend verhaal van pure liefde. Mijn schoonvader draagt zijn vrouw op handen en deed ook altijd heel veel in het huishouden.’

Amira’s echtgenoot kwam uit een welvarende Palestijnse familie die tijdens de Nakba naar Koeweit vluchtte. Tijdens de Iraakse invasie van Koeweit lieten zijn ouders hem als jongetje achter bij een familielid in Syrië, omdat ze hun handen vol hadden aan zijn gehandicapte broer, die voor medische behandelingen naar Europa moest. Dat heeft haar man psychisch labiel gemaakt, zegt Amira. ‘Mijn man had een goede opleiding, maar het lukte steeds minder goed te werken. Zijn ouders sprongen bij. Omdat we toch ergens van moesten leven, mocht ik toen alsnog naar de universiteit om tolk te worden.’

Ze hadden inmiddels twee kinderen. Tegen de tijd dat Amira in haar derde studiejaar was aanbeland verscheurde haar man soms haar aantekeningen. ‘Hij was bang dat ik zou vertrekken als ik afstudeerde.’

Ze zwijgt een tijdje. Op de vraag of hij nog meer deed: ‘Als hij heel boos was, sloeg hij mijn hoofd tegen de tegelvloer of de muur. Dat is vijf, zes keer gebeurd. Ik ging dan naar de politie in Damascus en nam foto’s uit het ziekenhuis mee.’ Ze begon uiteindelijk een echtscheidingsprocedure in Damascus. Toen werd de rechtbank gebombardeerd. Haar man vluchtte vooruit richting Turkije en daarna naar Nederland. ‘Ik wilde de scheiding zelf liefst doorzetten in Canada, omdat ik er met de Engelse taal direct aan het werk zou kunnen. Maar ik vond het moeilijk voor onze kinderen: in Canada zouden ze hun vader echt niet meer zien.’

De benodigde papieren lieten ook lang op zich wachten en Damascus werd met de dag onveiliger. Na twee jaar kreeg haar man intussen in Nederland toestemming voor gezinshereniging. Amira liet zich overtuigen om met de kinderen over te komen.

Bij aankomst in Nederland vertelde ze meteen aan de IND dat ze gescheiden was, maar nog niet op papier, omdat de rechtbank was gebombardeerd. Ze kon politiedocumenten uit Syrië laten zien. Het COA bracht haar met de kinderen onder in een ander gebouw dan haar man. Soms kwam hij langs, soms probeerde hij haar te wurgen.

‘Toch moet je nog iets opschrijven over zijn mentale gesteldheid’, zegt ze. ‘Mijn ex-man heeft ontzettend veel meegemaakt. Hij is ook nog gearresteerd door het regime van Assad. Nakba, Koeweit, Assad: en nooit is hij voor zijn trauma’s behandeld. Ik was zijn hulpverlener.’ Het gaat haar er niet om dat deze man slecht zou zijn, zegt Amira: ‘Hij was ziek. En hij ging mij als de vijand zien.’

Je moet ieder verhaal dat aan jou wordt verteld als een vingerafdruk zien, waarschuwt Amira. ‘Ik ben erg tegen generaliseren.’ Dat ze haar verhaal anoniem wil vertellen is niet vanwege angst voor haar ex-man, zegt ze: ‘Dat is in het belang van mijn kinderen.’

Er zijn meer zaken met een vermoedelijk eermotief dan nu bekend is, denkt het Expertise Centrum Eergerelateerd Geweld. Niet iedereen durft naar de politie te stappen en agenten zien zelf ook niet altijd dat eer een rol speelt.

Dunya krijgt er als vrijwilliger en tolk bij Vluchtelingenwerk met enige regelmaat mee te maken. ‘Een Syrische man zit voor twee jaar in een Nederlandse cel na een poging zijn vrouw te vermoorden. Zij duikt onder. De man stuurt vanuit de cel familieleden in Syrië naar haar ouders daar om ze te bedreigen. Een andere Syrische familie slaat een dochter omdat ze geen hoofddoek draagt in Nederland. Zij is ondergedoken, maar de familie wil dat ze terugkomt en doet nu aardig. Ik maak me zorgen, omdat de moeder opeens het contact met mij uit de weg gaat. Maar de dochter waarschuwen, dat is gevaarlijk voor mij.’

En een jonge Syrische vrouw, zegt Dunya, probeert ze naar een veilige plek te krijgen, zodat ze durft te scheiden. ‘Haar man reisde vooruit naar Nederland en raakte hier verslaafd aan hasj. Hij rookt in het azc waar hun drie kleine kinderen bij zijn en slaat haar. Daarom loopt ze de hele tijd buiten met de kinderwagen en de kinderen. Zomer en winter. Haar zoontje van tien doet zijn vader al na en schopt kinderen.’

Nour Saadi is vastbesloten: het Syrische eergerelateerde geweld moet stoppen. Ze nodigde drie jaar geleden al een onderzoeker van Movisie in Emmen uit om een eerste verkenning naar eergerelateerd geweld in de Syrische gemeenschap te presenteren. Dat rapport was gebaseerd op literatuuronderzoek en interviews met hulpverleners die ervaring hebben met eergerelateerd geweld.

Wat bijdraagt aan de kans op scheiding en eergerelateerd geweld is dat de mannen vaak vooruit zijn gevlucht met het doel van gezinshereniging, stelde deze verkenning. Dat duurde al snel jaren, mensen groeiden uit elkaar. In Nederland willen vrouwen vervolgens meer bewegingsvrijheid. Mannen ervaren daardoor veel verlies van status en reputatie, wat nog versterkt wordt doordat ze niet mogen of kunnen werken zoals in Syrië. Achtergebleven familie in Syrië blijft die reputatie vaak ook tot in Nederland in de gaten houden.

Behalve dat Syrische eerconflicten in alle lagen voorkomen, noemde Movisie ook het opvallend extreme geweld plus het ontkennen van geweld typerend voor Syrische eerconflicten. Plus het feit dat mannen zich veel meer mogen permitteren dan vrouwen, bijvoorbeeld buitenechtelijke relaties.

Er waren bij die presentatie ook Syrische mannen aanwezig, zegt Nour. ‘Sommigen waren het eens, sommigen vonden de presentatie slecht voor hun reputatie. Een Syrische man zei: “Ik ben tegen dit onderzoek, de vrouw is daarvoor verantwoordelijk.” Dat is een echt mannelijke gedachte.’ Wat niet wegneemt dat ook Nour over de verantwoordelijkheid van vrouwen begint: ‘Geweld is honderd procent fout, maar iedereen is medeverantwoordelijk. Hoe reageren wij?’

Soms hebben de vrouwen zelf een sleutel in handen om geweld te laten stoppen, vindt zij. ‘Als een vrouw clever is en sociale vaardigheden heeft, dan kan ze hem hier misschien naar een psycholoog krijgen als hij niet kan slapen en als hij niet over de oorlog kan praten. Misschien kan ze er anderen bijhalen om te praten.’

Nours methode klinkt als een slepend proces, waarbij de vrouw opnieuw op eieren loopt.

Dunya noemt andere oplossingen: verplicht Syrische vrouwen meer vrijwilligerswerk te doen en zie erop toe dat dit ook gebeurt, zodat ze buiten komen, snel de taal leren, minder geïsoleerd raken en zo nodig hulp kunnen vragen. ‘Bijvoorbeeld in een bejaardenhuis. Oude mensen praten de hele dag, daar leer je goed Nederlands.’

Het Movisie-rapport was geschreven voor hulpverleners. Het pleit onder meer voor meer voorlichting over Nederlandse wet- en regelgeving rond eergerelateerd geweld bij de inburgering, beeldmateriaal voor mensen die niet kunnen lezen en, heel belangrijk: het inzetten van sleutelfiguren. Nour Saadi ontwikkelde zichzelf al tot zo’n sleutelfiguur. Inmiddels wint ze de ene na de andere prijs voor haar werk.

Amira heeft tot slot een vraag voor voormalig PVV-asielminister Marjolein Faber, die de subsidie voor Vluchtelingenwerk drastisch kortte. Vluchtelingenwerk moest toen reorganiseren en Amira verloor na drie jaar haar baan als teamleider. Ze heeft twee studerende kinderen, die ze ook vooruit wil helpen. ‘Ik zou dus willen vragen: wát heeft Faber gedaan voor onze emancipatie?’

Met een diepe stem van boosheid: ‘Sinds ik heel jong was, heb ik hard gewerkt om verder te komen. Eerst in Syrië, waar mijn man me tegenhield. Daarna nog een keer door hier Nederlands te leren op het niveau moedertaal en een studie sociaal werk te voltooien aan de hogeschool.’

In tranen: ‘En het was me gelukt. Ik vond een prachtige baan als teamleider bij Vluchtelingenwerk. Ik hoorde de hele tijd hoe onmisbaar ik was. Maar dankzij Faber zit ik nu toch in de WW. En na al dat vechten en werken ben ik de draad volledig kwijt.’

Eerwraak en femicide

Sinds 2020 telt het CBS in Nederland elk jaar gemiddeld 22 vrouwen die door hun (ex-)partner zijn omgebracht. In 2025 telde het Expertise Centrum Eergerelateerd Geweld daaronder in totaal vijf doden in eergerelateerde zaken, onder wie één man. Eén van de vier vrouwen was de 25-jarige Syrische Boushra, die vermoord werd gevonden in een bos bij Almere. Zij was met haar vijf kinderen al op de vlucht voor haar man, die nu voortvluchtig is. Een jaar eerder werd bij de Oostvaardersplassen de Syrische Ryan (18) uit Joure vermoord door haar vader en twee broers, omdat ze te ‘westers’ zou zijn. De vader vluchtte naar Syrië en is bij verstek veroordeeld tot dertig jaar cel; de broers kregen ieder twintig jaar.

Alliantie Vluchtelingen Emmen

Emmen

E-mail: info@alliantievluchtelingenemmen.nl

Kunnen wij helpen?

Naam
E-mailadres
Telefoonnummer
Bericht
Ons laatste nieuws
Familie-eer loopt altijd via haar

Waarom veel Syrische vrouwen in Nederland willen scheiden. Syrische vrouwen in Nederland, vaak al getraumatiseerd door Assads oorlog, lopen grote kans geïsoleerd te raken. Ze kennen de taal niet, moeten zich ook hier vaak schikken naar hun man,....

> lees verder
Zorg in Nieuw Weerdinge over druk op Ter Apel

De opvanglocatie in Ter Apel zit zo vol dat niet iedere asielzoeker die zich meldt nog een plek krijgt. Alleen de meest kwetsbaren worden nog toegelaten, de rest wordt doorverwezen of moet wachten.   De situatie zorgt voor toenemende spanning....

> lees verder